holder

ink and filler on cardboard | 2010 | photo by Ron Zijlstra

 

untitled drawing 3

Cities have developed independently of each other, in totally different times and places. What they all have in common, however, is that they are subject to processes of growth and change. The way in which these processes have occurred makes cities what they are today; the continuation of these processes makes them what they will one day become.Cities don’t just grow, they also change from the inside. They evolve slowly but flexibly, according to the needs of their latest users.

Through constant processes of construction and demolition every city develops its own identity with its own physical and psychological layering. This layering supports the city’s contemporary structure. During all processes of change the city itself, a complex entity, seems to determine the direction of the change. It develops anarchically outside the individual plans of architects, project developers and urban planners, particularly if you look at the long-term picture.

A city does not allow itself to be formed solely by pretentious, fashionable architectural and urban development plans. A city is formed, and allows itself to be formed, by all the interventions and all the changes made by all the people who live and have lived there. The totality of this development process is so complex that no-one can truly grasp it. Only the city lives long enough to comprehend and direct its own layering. It goes its own way. Plans and buildings that continue to function, in the broadest sense of the word, after their intended lifespan has elapsed, are allowed to remain by grace of the city and eventually serve as monuments to their age. Plans and buildings that do not survive the ravages of time founder to become intermediate layers in the city’s totality of layering.

Structuring, or restructuring, districts requires creative thinking. Often there is little more than the systematic solution of invented, anticipated problems, by the shortest, most illogical path. This finds expression in the systematic raising and hardening of the ground surface, removing all contact with the natural world. This over-cultivation is an extreme attempt to control everything down to the smallest detail.

In my drawings I seek the boundaries to this endless expansion. Two-dimensional movements and incisions in the surface, the layering, the vehemence and the force of urbanization in context with the direct and indirect environment. The space that I draw is a space created and fought over. My work is a reflection of the human urge to control and expand on a large level, my small-scale drawings an attempt to influence thinking on large-scale space.

Steden ontstaan onafhankelijk van elkaar op totaal verschillende plaatsen en tijden. Wat ze alle gemeen hebben is een onderhevigheid aan groei- en veranderingsprocessen. De manier waarop deze processen zich hebben voltrokken maken de stad tot wat ze nu is, de continuering van deze processen tot wat ze ooit zal zijn. Steden groeien niet alleen, ze veranderen ook van binnenuit. Ze evolueren traag maar flexibel naar behoeften van hun laatste gebruikers.

Door continue processen van opbouw en afbraak ontwikkelt elke stad haar eigen identiteit met haar eigen fysieke en psychologische gelaagdheid. Deze gelaagdheid is de drager van de hedendaagse structuur van de stad. Bij alle processen van verandering lijkt de stad, als complex geheel, de regie van haar verandering zelf te bepalen. Ze ontwikkelt zich, vooral als men over een langere periode bekijkt, anarchistisch buiten individuele plannen van architecten, projectontwikkelaars en stedenbouwkundigen om.

Een stad laat zich niet slechts vormen door pretentieuze en modieuze architectonische en stedenbouwkundige plannen. Een stad is gevormd en laat zich vormen door álle ingrepen en álle veranderingen van álle mensen die in de stad wonen en hebben gewoond. Dit totale ontwikkelingsproces is zo complex dat niemand er echt greep op heeft. Alleen de stad leeft lang genoeg om haar eigen gelaagdheid te begrijpen en te sturen. Ze gaat haar eigen gang. Plannen en gebouwen die na hun beoogde afschrijvingstermijn nog steeds functioneren, in de breedste zin van het woord, mogen bij gratie van de stad blijven bestaan en gaan uiteindelijk dienen als monument van hun tijdsbeeld. De plannen en gebouwen die de tand des tijds niet overleven, gaan ten onder als tussenlaag in de totale gelaagdheid.

Het (her)inrichten van gebieden vergt een creatief denkvermogen. Er is vaak slechts sprake van een stelselmatig oplossen van zelfverzonnen en voorafgestelde problemen, via de kortste en minst logische weg, dit vindt zijn beslag in het stelselmatig verhogen en verharden van het aardoppervlak, waardoor elk contact met de natuurlijke omgeving wordt afgesneden. Deze overcultivering is een ultieme poging om alles tot in de kleinste details te kunnen beheersen.

In mijn tekeningen zoek ik naar de grenzen van deze eindeloze uitbreidingen. Tweedimensionale bewegingen en insnijdingen in het oppervlak, de gelaagdheid, de heftigheid en de kracht van de verstedelijking in context met haar directe en indirecte omgeving. De ruimte die ik teken, is een ruimte die wordt gecreëerd en wordt bevochten. Het werk is een neerslag van de menselijke beheers- en uitbreidingsdrang op grootschalig niveau, waarbinnen ik mijn kleinschalige tekeningen van invloed laat zijn op het denken over de grootschalige ruimte.