holder

photo René de Wit

 

KAKPKAR/ZZW-220
tree hut
Westkapelle, NL

KAPKAR/ZZW-220 is a tree house I designed on an eighteenth-century farm in Westkapelle in Zeeland. During the summer months the farm’s owners, Lille Wagenmakers and Edith Rademakers, run a B&B called Frankrijk-Noord here. They wanted a different kind of space to rent out, in addition to the range of accommodation they already offered, which is why they approached me with a request to design a tree house. In the first place for children, although this specification gradually changed. It now provides sleeping accommodation for a maximum of two people. I used three aspects of the immediate surroundings as the starting points for my design.

Firstly, the farm is situated close to the sea, at a place in the Netherlands where the wind lashes the land hardest during a storm. At times it can be terribly wild. There are no sturdy oaks or beeches on the farm’s land, only willows and poplars, so it was essential not to place the tree house high in a tree. A second aspect of the constant south-southwest wind is that the trees and bushes in the dunes all grow in one direction. Thus they have developed a naturally aerodynamic form to survive in the wind. A third phenomenon typical of the Zeeland landscape is the black tarred barns with their white painted framework. All the years I came here, I thought this was simply a form of decoration. After a little research, however, I discovered that this white ‘decoration’ was actually the product of practical considerations: when farmers have to get up before dawn or check their animals after dusk, a dark door opening in a black barn is extremely hard to see; a white painted frame immediately around the door opening is visible, however, even in very low light.

The tree house is supported by two adjacent trees via a steel pipe that runs underneath and through the structure. A concrete block below the entrance keeps it balanced. Like the trees, the hut is positioned aerodynamically in the wind. The structure is made of the coarsest kind of under-layment, with the pocks and markings carefully placed above the sleepers. The outside is covered with a layer of black polyester, which refers to the barns of Zeeland. This makes the structure immediately identifiable as one of the farm’s buildings, like the barn, and
establishes a relationship with the farm. White also marks the openings. You crawl inside through a ‘maritime’ door and up three steps that bring you to a double mattress. This is the only luxury, together with a simple lamp. The simplicity of the accommodation has a calming effect. You experience the immediate surroundings intensely, through the large side windows. You lie just a meter above the ground but are entirely liberated from reality.

______

De KAPKAR/ZZW-220 is een boomhut ontworpen bij de achttiende-eeuwse boerderij van Lille Wagenmakers en Edith Rademakers in Westkapelle in Zeeland. In de zomermaanden runnen zij hier een B+B. Naast de andere plekken die zij als verblijfsplek verhuren, zochten zij ook nog iets anders. Daarom benaderden ze mij voor het maken van een boomhut. In eerste instantie alleen voor kinderen, maar dit is gaandeweg veranderd. Het is nu een slaapplek voor maximaal twee personen.

Er zijn drie aspecten uit de directe omgeving die ik als directe aanleiding heb gebruikt voor het ontwerp. Ten eerste ligt de hofstede vlak aan zee, op het punt in Nederland waar bij storm de wind het land het hardst geselt. Het kan daar echt spoken. Omdat er op het terrein van de boerderij alleen maar wilgen en populieren staan en bijvoorbeeld geen stevige eik of beuk, was het noodzakelijk om de boomhut niet hoog in een boom te plaatsen. Een tweede aspect van de constante zuid-zuidwestenwind is dat bomen en struiken in de duinen één kant op groeien. Zo hebben ze een natuurlijke aerodynamische vorm ontwikkeld om in de wind te overleven. Een derde typisch fenomeen in in het Zeeuwse landschap zijn de zwartgeteerde boerenschuren met hun witgeschilderde omlijstingen. Al de jaren dat ik hier kom, dacht ik dat dit alleen een vorm van versieren was. Na enig onderzoek kwam ik er achter dat deze witte ‘versiering’ was ontstaan uit praktische overwegingen. Zoals bekend waren boeren vroeger altijd erg vroeg op of gingen met de schemer ’s avonds nog even op stal. Nu zijn de schuren zwart en is een open deurgat in een zwart vlak in de schemer erg moeilijk waarneembaar. Door de randen direct rond de deuropening wit te schilderen, is deze door reflectie bij weinig licht zichtbaar.

De boomhut is opgehangen aan twee belendende bomen door middel van een stalen buis die onder de boomhut doorsteekt. Een betonblok onder de ingang houdt het geheel in evenwicht. De hut is een slaapplek voor twee personen en is net als de bomen aerodynamisch in de wind geplaatst. De constructie is gemaakt van de ruwste soort underlayment waarvan de pokken en tekeningen zorgvuldig boven de slapers zijn geplaatst. De buitenkant is bekleed met een laag zwart polyester. Dit refereert aan de Zeeuwse schuren. Zo hoort het samen met de eigen schuur op het terrein automatisch tot het bouwblok. Het verhoudt zich als een klein gebouwtje tot de boerderij. De witte strepen markeren hier ook de openingen. Je kruipt naar binnen via een ‘maritieme’ deur en kruipt drie treden naar boven om uit te komen op een twee persoonsmatras. Dit is de enige luxe, samen met een eenvoudig lampje. Deze eenvoud werkt rustgevend. Via de grote zijramen ervaar je de directe omgeving intens. Je ligt slechts ruim een meter boven de grond, maar je komt geheel los van de werkelijkheid.

photo René de Wit

photo René de Wit

photo René de Wit

photo René de Wit

photo René de Wit

photo René de Wit

Construction Model

model KAPKAR/ ZZW-220, photo René de Wit

model KAPKAR/ ZZW-220, photo René de Wit